Een sterrenkaart is bijna altijd donker, en donkere posters zijn kieskeurig. Het formaat bepaalt of hij opvalt, het papier bepaalt of het zwart diep blijft of grijzig wordt. Hier is wat werkt.
Welk formaat waar?
| Formaat | Past bij |
|---|---|
| 21 × 30 cm (A4) | Op een boekenplank of naast een deur; goedkoop uitproberen |
| 30 × 40 cm | Boven een bureau of in een galerijwand met meer lijsten |
| 40 × 50 cm | De veilige middenmaat: groot genoeg om te zien, klein genoeg voor elke muur |
| 50 × 70 cm | De klassieke posterformaat; het meest gekozen voor een cadeau |
| 60 × 80 en groter | Boven een bank of bed, als het het middelpunt van de kamer moet zijn |
Twijfel je? Plak een vel papier van dat formaat op de muur en laat het een dag hangen. Bijna iedereen kiest daarna groter dan hij eerst dacht.
Mat papier, altijd
Dit is de belangrijkste keuze van allemaal. Glans lijkt in de winkel luxer, maar weerkaatst het kamerlicht — en juist bij een donkere poster verdwijnen dan de zwakke sterren achter een spiegeling van je eigen lamp. Kies mat papier van minstens 200 gram. Dat is zwaar genoeg om niet te golven en dof genoeg om het zwart diep te houden.
Resolutie: waarom 300 dpi
Bij 300 beeldpunten per inch ziet het oog geen afzonderlijke stippen meer, ook niet van dichtbij. Een poster van 50 × 70 centimeter is op die resolutie ongeveer 5.900 bij 8.300 beeldpunten. Dat is een groot bestand, maar het is precies wat een drukkerij wil hebben.
Voor formaten boven de 60 × 90 kun je 150 dpi nemen. Zulke posters bekijk je van een afstand, en het verschil is dan niet te zien.
De lijst
Zwart of donker hout bij een nachtblauwe kaart, eiken of wit bij een lichte. Maar het grootste verschil maakt de passe-partout: die witte rand tussen poster en lijst geeft de kaart lucht en laat hem groter lijken dan hij is. Reken op vier tot zes centimeter.
Meer vragen over afdrukken? Kijk bij de veelgestelde vragen.
Staand, liggend of vierkant
De meeste sterrenkaarten worden staand afgedrukt: de cirkel boven, de tekst eronder. Dat is de indeling waar het oog aan gewend is en die het best in een standaardlijst past.
Liggend werkt als je de kaart boven een bank of bed hangt en de muur breder is dan hoog. Vierkant is de rustigste van de drie — de cirkel en het vierkant versterken elkaar — maar lijsten in die maat zijn schaarser en dus duurder.
Hoe groot is een bestand op 300 dpi?
| Formaat | Beeldpunten | Bestand (png) |
|---|---|---|
| 21 × 30 cm | 2.480 × 3.508 | ongeveer 6 MB |
| 30 × 40 cm | 3.543 × 4.724 | ongeveer 11 MB |
| 50 × 70 cm | 5.906 × 8.268 | ongeveer 30 MB |
| 70 × 100 cm | 8.268 × 11.811 | ongeveer 60 MB |
Dat laatste formaat is bijna honderd miljoen beeldpunten. Sommige browsers haken daarop af; kies dan 150 dpi. Op die afmeting kijk je toch van een afstand en zie je het verschil niet.
PNG, JPG of PDF?
PDF is wat een drukkerij het liefst krijgt: de pagina heeft exact de maat van je poster, dus er hoeft niets geschaald of bijgesneden te worden. PNG is het scherpst en handig als je zelf nog iets wilt bewerken. JPG is het kleinst en prima om te mailen of te delen.
Waar laat je hem drukken?
Een online drukkerij is bijna altijd goedkoper dan de fotozaak om de hoek, en de kwaliteit is bij mat fine-art papier vergelijkbaar. Let op drie dingen: vraag naar giclée of pigmentinkt (die verkleurt niet), controleer of ze op 200 gram of zwaarder drukken, en bestel eerst één proefdruk voordat je er tien besteld.
Waar hang je hem?
Niet in de volle zon — geen enkele inkt is daar tegen bestand. En niet tegenover een raam als je glas in de lijst hebt, want dan kijk je vooral naar de weerspiegeling van dat raam. De mooiste plek voor een donkere poster is een muur die zijdelings licht krijgt.
Zelf een kaart maken?
De sterrenkaart, de stadskaart en de routekaart zijn kosteloos te gebruiken. Wat je maakt is van jou — afdrukken, weggeven of verkopen mag allemaal.
Naar de sterrenkaart